Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4<> ELMIRE DE VILAREZ,

Gy beiden moet daarvoor gerechte ftraf verwerven!

Tegen Almanza. Laaghartige, den naam van edelman onwaard'! Ik moest uw heilloos bloed reeds ftroomen doen langs de Doch myn verftramde vuist zou u niet zeker treffen rfaard'; Een ander zal my licht vari mynen hoon ontheffen; Een ander wy' myn wraak haar bloedig offer toe: Mirando moet terflond...

ELMIRE, met ontzetting. Ik fchrik!

ALMANZA.

Mirando! hoe!..

DE VILAREZ.

Ilyzelf, hy volgt myn fchreên.

ALMANZA, verontwaardigd.

En hém, hém zoude ik vreezen! Die fnoode dorst voorheen myn medeminnaar wezen, Doch wasdieeere onwaard'; en, fchoon door u geacht, Hem achtte 't voorwerp niet, waarnaar hy heeft getracht. Dat hy zich andermaal niet voor myn oog vertooue; Dat hier zyn valsch gelaat haar zuiver oog niet hoone, Of ik zweer hem de dood, al waar' 't voor uw gezigt 1 Schoon ik De Vilarez noch achting zy verpligt, Naardien hy 't geen ik min het daglicht heeft gefchonken , En hy in deugd en moed voorheen heeft uitgeblonken, De onè'edle Navarrees , wiens trots myn fierheid fait, Is 't voorwerp van myn' haat, jade affchrik van myn hart ! 'k Acht my, ondanks zyn bloed, verr' boven hem verheven. Uzelv', die op my fmaalt, heb ik niets toe te geven;

' Want

Sluiten