is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrijmoedige overdenkingen over het christendom.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78 Hoofdft. IX. Over de

van de geestlyke wezens aan eenen enkelen wenkder Voorzienigheid toefchreeven, en hen voor wezens hielden, die even als de zinlyke wereld door het woord van Gods almacht uit het niets tot het beftaan geroepen waren, want anders had het Aru cnismus nooit zoo veele aanhangers kunnen hebben, als hetzelve in de daad gehad heeft. Maar men zou zich zeer vergisfen, wanneer men wilde gelooven, dat dit gevoelen algemeen geweest was. Hee tegenovergeftelde gevoelen, dat 'er volftrekt iets voorhanden zyn moete, waar uit alles ontftaan was, en van waar bygevolg ook de geestlyke wezens hunnen oirfprong hadden , werdt niet minder toegejuicht, en dat is juist de party, by welke het meeste verfchil wordt aangetroffen. Hier komt aanftonds een zonderling denkbeeld voor, dat naamlyk eenigen de Engelen voor zulke wezens hebben gehouden, die uit eene fyne geestlyke ftoffe (als men zoo fpreeken mag) waren gevormd. Zoo hebben reeds de Jooden gedacht, De geestlyke wezens, zegt de Schryver van het boekCosiu, wordenuit eene fy~ ne en geestlyke ftoffe gevormd, die door ons de H. Geest genoemd wordt. Dit laatfte byvoegzel betreffende den H. Geest is, wel is waar, zoo verre ik my kan herinneren, door geen eenig rechtzinnig Christen aangenomen geworden: maar den oirfprong der Engelen uit eene stherifche ftoffe af te leiden, dewelke van de groove lighaamlyke zeer onderfcheiden was, waren veele Kerkvaderen gewoon. Men kan zulks reeds van zeiven vermoeden , wanneer men bedenkt, dat eenigen hunner God zelf niet voor geheel