Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O? f$r 0 33

Godvreezenden de beste hoop op eenen gelukkigen ouderdom hebben, dat hun daarin in waarheid een Godlyk geluk gefchonken wordt!

Wanneer , ik beweere, dat de Godvruchtigen in hunnen ouderdom wegens het genot van wél geregelde zinlyke vermaaken gelukkig zyn; zo wil ik niec zeggen,- dat zy daarvoor even zo vatbaar zyn, of dat zy dezelve in even die maate cn Merkte kunnen genieten, als in vroegere jaaren. Ik weete, dat de Godvruchtige "grys dikwyls reden heeft om met Barsillaï te zeggen:ben tachtig jaaren oud: hoe zoude ik,kennen., wat goed of kwaad is; of J'maakeni wat ik eete of drinke; of hoor en wat de zangers en zangeresfen zingen? (2 Sam. 19: 35.). en dat de fmaak aan zinlyke vergenoegingen met het klimmen der jaaren afneemt. Laaten wy. hierover niet mürmurecren! het is eene wyze en goede befchikking van den vader , des waaren geluks, van God zeiven. Wy hebben hier geene blyvende plaats; wy moeten hier tot de eeuwigheid, en de daarin heerfchende reinMe gelukzaligheid, voorbereid worden; wy moeten eens dezef aarde en alle haare genoegens veriaaten, en dit valt ons des te gemaklyker, doordien zy door den tyd voor ons mm fmaakjyk worden. Hierdoor zyn wy ock des te minder aan het gevaar bloot geMeld, om door zinlyke vermaaken tot zónden weggefleept, en door dezelve ongefchikter tot, ,en on* C vat-

Sluiten