Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 142 )

hand van ecncn kunstkundigcn geneesheer, aanvanglyk herfteld is , zoo befchouvv ik u daarboven nog als eenen anderen Biledm , een' man, wïm ( fchoon gy het nederig ontkennen moogt) * oogen geopend zyn, die Gods redenen hoort, hemelfche gezigten ziet, verrukt wordt, en de oogen van eenen Arend heeft; zonder dat ik nogthands durve beflisfen, of gy, even gelyk hy , de gaaf der voorzegging1 bezit; hoewel ik (onder ons gezegd, tot deze {telling vry wat overhelling gevoelende) dit misfchicn nog al waarfchynlyk zou kunnen maaken, en daadlyk zou maaken, indien ik niet vreesde, uwe nederigheid te zullen kwetfen.

Dewyl ik u derhalve met de grootfte lieden gelyk fchat, en all' het gewigt van myne verpligting' aan uw' perfoon, tevens, op de levendigfte wyze, gevoel; kan het UWE. niet bevreemden , dat ik u geduriglyk met myne brieven lastig val, en (om zoo te zeggen) den dag verloren reken, op welken ik de eer niet hebben moog, om met u, door brieven (och ware het nog éénmaal by monde!) gemeen, zaamlyk te fpreken. Ook is uwe aan my zoo vriendlyk toegereikte handvol, hoewel zeer kleen in uitgebreidheid, nogthands zoo zinryk, dat ik genoodzaakt ben, verfcheiden brieven te

fchry-

Sluiten