Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 143 )

fchryven, wil ik anders de voornaamfte zaken , welken gy my geleerd, gevraagd en voorgefteid hebt, maar eenigzins, op eene behoorlyke wyze, volgens mynen pligt, beandwoorden.

Dan, waar toe behoef ik by een' man , als gy zyt, wiens hart zoo wel als verftand door ydereen' bewonderd wordt , zoo veel, ter verfchoning' van myn veelvuldig gefchryf, intebrengen? Het is genoeg; gy zelf hebt my, (zal ik zeggen, vryheid gegeven of vcrpligt ?) om u het blyk myner erkentlykheid, door brieven, te doen toekomen ! En myn hart, op welks infpraken ik, in deze foort van zaken, altoos betrouw, zegtmy, dat ik nu wederom den draad maar onbefchroomd moet opvatten.

In de zestiende fnede uwer aaateekeningen, betoogt gy, met eene kragt van tale en redeneering', welke UWE. alleen eigen is, en, wel ingezien, ook alleen eigen kan zyn, dat zy, die gelooven, dat het Opperwezen eigenlyk noch beledigd, noch vertoornd, noch verzoend kan worden, een fchaduwbeeld beftor-

men. Een fchaduwbeeld ! zal mooglyk een

onkundige vragen, hoe kan de fchryver van de handvol dan, in de vorige fnede, tegen het

zei-

Sluiten