Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEE R-V ERHAALEN.

Elk mensch, die in nood is, verdient ons medelijden; elk, die hulpe noodig heeft, is onzer hulpe waardig, van welk volk, van welken Godsdienst hij ook zijn mooge; hij zij Jood of Christen , Mohammedaan of Heiden. Alle menfchen ' zijn onze vrienden en naastbeftaanden, onze broederen en zusteren.

Onze deelneeming aan den nood van anderen, moet niet in een vruchteloos en ijdel beklaagen beftaan , ook niet in eene fchielijk voorbijgaande aandoening van medelijden ; maar dezelve moet zig door daaden openbaaren; zij moet aanhoudend, en de vrucht van eene heerfchende gocdaartigheid zijn.

13.

Hst Koninklijk Vreugdcrnaah

De Koning van een groot rijk wilde eens aan zijne voornaamfte onderdaanen een vreugdefeest geevcn. Hij liet hen daartoe noodigen en alle

fchik-

Sluiten