Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234 REGTVAARDIGINGS

XXVII. Het is beweezen, belangende het geene, wat het ander Opperhoofd van dezelfde zamenzweering, Don Jofeph Mascarenhas, weleer Hertog van Aveiro, aangaat, dat hy zig ook in het geval zou bevinden van veroordeeld te zyn, door de enkele overtuiging , welke de volkomene bewyzen tegen hem zouden te weeg brengen , die ontftaan uit dezelfde vermoedens van Regt, wanneer men hem zelfs niet meer had tegen te werpen. ——— Al het gewigt van de eerfle voornoemde vermoedens, welke betreklyk zyn tot de ondeugendheid, en tot het gedrag van dienzelfden misdaadigen zou op zyn kop thuis komen, nademaal klaarblyklyk waaris, dat deeze misdaadige voor den dood van Koning Johannes . V, glorieuzer gedagtenis , gelyk ook in dien tyd, dat deeze doorluchte Monarch geflorven is, en kort na zyn dood en tot op deezen dag,overtuigd is van eene oneindige menigte listen, zamenrottingen en cabalen berokkend te hebben, waar van het Hof van den Koning onzen Meester vervuld was, met oogmerk om de beiluiten van zyne Majefteit te voorkomen en te dwarsboomen , zo wel in de Geregtshoven, als in den Raad, door behulp der Ministers en andere perfoonen van de fadtie van zyn oom Pater Gaspard van de Incarnatie, en van zyne eigene factie, met oogmerk, dat de waarheid niet ter kennisfe van zyne Majefteit zou komen, en dat zyne Majefteit zig niet tot eenig befluit zou bepaalen, welk niet listig was, listig zeg ik,en fteunende op valfche berigten en bedrieglyke Memorien. —

De

Sluiten