Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S26 Het Vierde Hoofdftuk, van de Zeden en

Hen,en andereaanzienlyken toebrengt, zynuitermaten groot. Rutb 2: 10. Zien wy dat Ruth voor Boaz op haar aangezicht viel en zig ter aarde boog. Insgelyks Abigail voor koning Davïd 1 Sam. 25: 23. Zie ook 2 Sam. 9: 6. en veele andere plaatzen. Dit is jegenswoordig

nog in gebruik. Paul Lucas (Reize p. 152.) zegt, „ meest verwonderde ik my [te Conftanti„ nopel] dat de opperde Tolk altyd voor den „ heer Ambasfadeur knielde, dat by de Turken „ een teken van diepe hoogagting is." Della Valle (Reize pag. 69.) Van zyne verfchyning voor den Turkfchen keizer of Grooten Heer, fprekende, zegt: „ Wy by hem gekomen, niet „ na by maar zo na, als genoeg was, knielden „ met de eene knie ter aarde, en onze hand en „ hoofd zo wyd als wy konden uitreikende, „ kusten de zoom van zyn kleed, 't welk een „ Kapigi Basfi zo hoog ophield, dat wy bekwa„ melyk met onze mond daar by konden komen ; „ wy dit gedaan hebbende gingen overeinde ftaan, „ en keerden wy naar de deur van de kamer, „ maar altyd ruggelings en agterwaards uit, met „ 't aangezicht naar den Grooten heer gekeerd"

enz. ■ Op 't aangezicht neer te vallen met

biddingen en fmeekingen voor een fterflyk menfch, zou onder ons voor Afgodifche eerbewyzingen gerekend worden; maar wy hebben reeds uit

voor-

Sluiten