is toegevoegd aan uw favorieten.

Nagelaten werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1745-

240 GESCHIEDENIS

keurige heerfchappy, waarmede dit Huis Duitschland geregeerd had , in aanmerking neemt, dat men nog flaaven vond, laag genoeg, om zich te onderwerpen aan het juk, dat hetzelve hun opleide : en, evenwel, was het grootfte getal in deeze gevoelens. De Koning van Engeland konde naar welgevallen befchikken over de geheele vergadering der Keurvorllen ; hy was meester van den Duitfchen Ryksdag. De Keurvorst van Mentz was zyn fortuin verfchuldigd aan het Huis van Oostenryk , en niets anders dan het werktuig van deszelfs wclbehaagen. Het is een oud gebruik, dat de Deken van de Keurvordelyke Vergaderinge de Keurvorllen noodigt tot den Vcrkiezings-Ryksdag. Na den dood van Karei den VII, kweet de Keurvorst van Mentz zich van deezen plicht, cn bepaalde de opening van den Ryksdag op den eerden van Zomermaand. De Baron van Erthal, welke met dit Gczantfehap belast was, begaf zich na Praag , en deed aan het Koningryk Bohemen dezelfde noodiging als aan de overige Keurvorden , het geen ftrydig was tegen de befluiten van den laatften Ryksdag, welke inhielden, dat men de Boheemfchc Keurftem zoude laaten flaapen. In het begin van het jaar 1745, had men, zo te Weenen als te Hanover, gevreesd , dat het Leger des Prinfen van Conti te Frankfort de aanhangers des Groot-Hertogen van Toscancn "zoude beletten denzelven hunne ftemmen tc geeven , en men had het oog geworpen op de Stad Erfort,.

em