is toegevoegd aan uw favorieten.

Nagelaten werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den ZEVENJAAR. OORLOG. 22;

verzocht van den Koning den Prins Ferdinanc van Brunswyk , wiens welverkregen roem zich over Europa verbreid had. Schoon de Pruisfifchen door deszelfs afweezigheid een goeden Generaal verboren, welken zy wel noodig hadden, het was, evenwel, van zo veel aanbelang dit Leger der Bondgenooten weder op de been te helpen, dat de Koning dit verzoek niet konde weigeren. Prins Ferdinand vertrok, kwam langs afgelegen omwegen te Stade , en vond daaromftreeks een lichaam van dertigduizend man verftrooid, het geen de Franfchen door ligtvaardigheid, en een zichzelven tegenfpreekend gedrag, Verwaarloosd hadden te ontwapenen.

De Koning kwam van den Eckartsberg weder te Freyburg, op denzelfden tyd, dat eenig volk, het geen de Maarfchalk Keith na Querfurt had gezonden , van het vervolgen der Franfchen te rug keerde. Zelfs de boeren der omgelegen landen bragten gevangenen aan: zy waren verbitterd over de heiligfchennisfen, welke de krygsknechten des Heeren van Soubife in de Lutherfche Kerken gepleegd hadden: de zaaken, voor welke het gemeen den meesten eerbied heeft, waren met eene grove onbetaamelykheid ontheiligd , en de toomelooze woede der Franfchen had al de boeren van Thuringen in de belangen van Pruisfen gebragt.

Ondertusfchen ftond de Koning op zyn vertrek: de Silefifche zaaken vorderden zyne tegenwoordigheid en hulp ; en hy had voorgenoomen recht

op

t /

1 I?S?'

Prins feu*

DINAND VAN BRUNSWYK wordt VclJoverlte van het Leger der Bondgenooten.

Verbittering der Thuringicheboeren tegen de f/ranlchen.

3e Koning /ertreltt nt Silefien.