Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 27

myn oudooms was 'er de vader van, dus zyn liet myn kleii neven : ik heb ten minde myn moeder hooren zeggen, het zyn vaerzen van de familie.

DU BOIS.

A propos, waarom is de Ridder heden in uniform?

MONTFLEUR.

Ik zal het u zeggen en gy zult lachgen, wed ik. Mynheer broeder, die zo dom is als men met mooglyl;heid kan weezen, liet my gister weeten, dat een onzer bloedverwanten van deeze waereld zyn affcheid had genomen; hy voegde by dit bericht vyfentwintig lotiifen, voor een rouwgewaad. Ik dacht 'er over,dan, alks wel overwoogen, zo heb ik geen zwart kleed no* dig; ik kan dit geld beter beneeden, men draagt thans geen rouwkleederen... dit is voor het voik verdraaglyk, maar een man van rang...

DU BOIS.

Een man van rang is boven de welvoeglykheid verheven !

MONTFLEUR.

Neen, dat juist niet; maar wilt gy dat ik my zal opfchikken als een Procureur, alleen uit compiaifance voor een doode ? deeze uniform geeft my een bevallig uiterlyk, en deeze krippeftrik is veel fraaijer dan een rouwgewaad; behalven dat: myn neefis dood en reeds begraaven: (hy zingt)

Is dood en reeds begraaven, Is dood en reeds begraaven.

j u t.

Sluiten