Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 DE WELDAADIGE ZWITZER,

montfleur.

Hier in ben ik de echo van het publiek, dit land be. haagt my, en ik zie over het algemeen dat de vrouwen aan myn verdienden recht doen.

de graaf, tegen du Bois.

Gy moet wel veel geduld hebben, om zo veel zotheid aan te hooren,

du bois.

Alle menfchen zyn dwaazen, hy is het op zyne wyze.

montfleur.

A propos, waar is... ik zie hem niet... hoe, is hy reeds...

juf. du bois.

Wien meent gy dan?

montfleur.

Hoe, gy raad het niet.? die lieve en achtingwaardige Benoit.

du bois, met nadruk. Mynheer de Ridder! ik had meermalen de eer u te zeggen dat ik verontwaardigd ben, u op zulk een wyze te hooren fpreken over de opvoeder van myn zoon.

montfleur.

Mynheer du Bois! ik heb de eer u te zeggen, dat een gouverneur een bediende is. en dat gy my geen lesfen moet geeveu.

du bois.

Wat verfhal gy door het woord bediende?

mo nt.

Sluiten