Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

R IJ K D O M. 5

fchijnt door den glans van ons vermogen ten tijde des fpaanfchen oorlogs zoo verkloekt, dat men de vroegere tijden vergeet; althans het oog 'er te weinig naar toe wendt, om niet ongevoelig met de vreemden tot het geloof over te flaan, dat de Hollanders niet eerder magtige kooplieden zijn geworden dan toen zij 'er door den fpaanfchen krijg gelegenheid toekreegen, en 'er om zoo tefpreeken door den nood toe gedwongen werden.

Indien elk, die zich toelegt om naauwkeurige en nuttige kundigheden van de menfchelijke lotgevallen , en inzonderheid van die van zijn vaderland, te verkrijgen, belang heeft te weeten, wat 'er van zij; is het vooral noodzaakelijk, dat zulke onzer landgenooten, wien de welvaart van ons Gemeenebest niec onverfchillig is; en dat die geenen der Ingezetenen, op wien, uit hoofde van hunnen Haat, de verpligtino- ligt, om die welvaart te bevorderen of te onderhouden, deze dwaaling kennen. Den laatften is 'er bovenal veel aan gelegen, dat zij weeten, dat de Hollanders, verfcheiden eeuwen voor de fpaanfche beroerten,Manufacluuren hebben gehad; dat de Koophandel, de Visfcherij en Scheepvaart reeds in eenen bloeienden Haat bij hen waren; dat zij reeds, federt langen tijd dien tak van hunnen Koophandel, welke beftaat in waaren bij vreemden te koopen, om aan andere vreemden te verkoopen, en welke tak door de Franfchen genoemd wordt commercetfoeconomie, in Duitschland, in 't Noorden en in het Zuiden van Europa hadden uitgebreid; dat zij, zoo om hunnen Koophandel te doen toeneemen, als om denzelven te behouden, verfcheiden oorlogen ter zee hadden gevoerd, en verfcheiden verbonden gemaakt, om denzelven buitens lands uit te breiden; dat zij reeds veele itaats - inrichtingen om de nijverheid, den jnlandfchen Koophandel, VisA 3 fche*

Sluiten