is toegevoegd aan uw favorieten.

Hollands rijkdom, behelzende den oorsprong van den koophandel, en van de magt van dezen staat.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B IJ L A A G E E. 97

onfe prefentie ter plaetfe voornoemt alfoodanig defen contracte is, folemnelyks felfs ook door den Koning en gecuygen op den Alcoran beëdigt ende verzegelt, het iëlve al ce vooren duydelyk begrepen, ende grondelyk verftaen , gelyk wy hec dan ook aen welgemelde fyn Ed. in diervoegen gerapporteert hebben en over fulks geordonneert zyn , Compagnies Zegel hier nevens te ftellen, mee onderfchryving van den Secrecaris, ten dage en jare als boven, in 'c kafteel Roccerdam, op Macaffar. Was gecekenc, D. van der Stracen, Pierre du Pou , A. Gabbama. Ter zyde ftond Compagnies zegel gedrukt in rooden lakke, waer onder gefchreven ftond , ter ordonnantie van den Heer Admirael voornoemt, ten dage en plaetfe gemeld, ende was gecekenc Hendrick Louf, Secrecaris.

Ik Mamalyang, Erfkoning van Chinrana Linques, &c. Vryheer in 'c Koningryk van Macaffar, mee rype aendagc, en wel eer degen opgemerkc, gelezen ende begrepen hebbende, hec geannexeerde contract., waer mee de mynen over ftaen, mynen broeder den Koning van Tello fig aen de Compagnie heefc verbonden, verklaer voor myen alle myae foonen en dogteren, huysgenoten , landen ende volkeren, my niec alleen fodanig ce verbinden, maer ook in 't geheel te ftellen onder de geboorfaemheyt ( k ) en befcherminge van de Ed. Compagnie, die ik belove in allen haere bevelens, dienften en ordonnantiën nu en alcoos in der euwigheyc gehouw en gecrouw ce wefen , overfulks toe betekeniuge van waeragcige waerheyc en myne finceere goede meninge, hebbe ik defen, houdende 'c concracf van Tello, hier in geinfereerc, mee mynen foone, genaemc Tatara Crami van Patena, in handen van den Admirael befworen, verzegelc ende ondercekent , mede ten bywefen van Dankert van der Stracen, Opper Koopman , Pierre duPon, Capiceyn, en Abraham Gabbema, Fifcael, zynde hier over gecuygen , alle Bondgenocen, Koningen, van wiens wegen haer zegels en handcekeningen hier onder geftele hebben,

(*) Maer ook in 't geheel, enz.] Hier gaat de Maatfchap. pii een ftap verder: de Vorft fielt zich hier met zijne landzaaten tot onderdaanen van de Maatfchappij. De Maatfchappije word Opperheerfchereffe. Zie ook de volgende Bijlaagen

'iLD* ki. Q