is toegevoegd aan uw favorieten.

Hollands rijkdom, behelzende den oorsprong van den koophandel, en van de magt van dezen staat.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

R IJ K D O M. 231

't geen zij uit kracht en recht van hunne LandsVorftelijke Opperhoogheid hebben kunnen , heb" ben moeten doen; en waar in hunne voorzaten " met derzelver voorbeelden hun voorgetreden " urn. En 'c is op geen ander recht {leunende,

* dat de Staten dezer onze gewesten hun voor\ beeld in alles gevolgd zijn en noch volgen,

alleen roet deze uitzondering, datzij, aan eens l anders voorbeeld zich fpiegelende, _ terwijl z.j

's lands openbare Gods - dienst - oefeningen nand: haven en behartigen, over de corifcientien van „ anderen niet heerfchen, maar de verfchillende u ij« " zen van God te dienen gedogen. .

„ Even gelijk in -t godsdienftige, zoo is ook n 't burgerlijke beftier het opperfte bewind de ; hoogde macht bij onze Vorsten en Landsheren

geweest. Wie toch heeft ooit wetten gemaast l behalven den Graaf? Wie heeft plakaten veror„ dend behalven den Graaf ? Wie iets befloten en

nutte der gemene zaak buiten den Graaf? Wie

heeft ooit het recht van magiftraatsbeftelling in : onze landen geoefend, dan de Graaf of wien

* de Graaf dit te doen vergunde ? Wie ftelde b juwen , wie Schouten aan , wie anders dan de Graaf? Wie verkoos Dijk- en Heemraaden? Wie

" ftelde de Staten aan? Wie gunde den Staten li de vrijheid, om vergaderingen te houden en ' over hunne zaken onderling. te raadplegen ?

wie heeft de Raadshoven , wie de Collegien, " wie deGerichtshoveningeftekl?DiezelfdeGraaf: Z 'er wel eene andere bron en oorfprong van de I liifftraffelijke rechtspleging dan even,. die.ze fc, de Graaf? Van den Graaf hingen af alle kennis1 neming van misdaden , alle burgerlijke pleitza" ïen^lle macht en rechtsplegingen, alle uitvoe. I ring'van gewijsden. Waar de Graaf was, hield.