is toegevoegd aan uw favorieten.

Hollands rijkdom, behelzende den oorsprong van den koophandel, en van de magt van dezen staat.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

R IJ K D O M. ï>£

ning gefchieden (a). De watergang te Sparendam (2>), de broederfchap te Middelburg (c), het drijven van varkensin het bosch van Haarlem (d), het recht van nakoop (e), waren zoo vele bevoegdheden, die men niet dan door. vergunning der Graaven verwierf, en alleen met' hunne bewilliging konde oefenen. Wat is uit dit alles te befluiten ?

Wan n e e r wij de oude Hukken nagaan, en zien op wat wijze Karei de Groote aan 't bezit van onze gewesten, en aan de heerfchappij over dezelven gekomen is, en hoe zijne navolgers daar in getreeden zijn, zullen wij zekerlijk moeten erkennen, dat de Vorsten een zeer uitgeltrekt gezag over dezeiven bekomen hebben, en bevoegd zijn geweest, om die rechten te oefenen, welke de eigenlijke merktekenen van de opperheerfchappij zijn. Maar volgt hier uit, dat zij daar mede eigendunkelijk of ■willekeurig hebben kunnen omgaan? De Graaven bezaten de wetgeevende magt (f), maar zij waren nochtans niet bevoegd, om naar hunne zinlijkheid over alle voorwerpen wetten voor te fchrijven. Zij hadden het recht van vrede en oorlog te maaken; maar hadden zij't recht om dejongelingen overal op te iigten, en tot den dienst te presfen? Hadden zij'treedt om zulken van den ploeg af te haaien, welke tot het een of 't ander landgoed, of onder het een of

an-

(a) V. n. Wall. D. II. bl. 117.

(2>) v. d. Wall. D. I. blaaz. 421.

( c) Charterb. D. III. bl. 717- en 718. D. IV. bl. 39.

(<0 Ibid. ü. I. bï. 453.

(e) Ib. bl. 276. 203.58!)

(ƒ) Ilijlorie van de [atisfaSie, waar mede de Stad Goes, e;: het Eiland van Zuidbevehnd, zich b'geeven hebben, onder het Stadhoude'fcha? van Prins Willem van O kants. bkdz .6. Aanmerking op het redmerend Vertoog bl. 48. 95. 127 & volgg.