is toegevoegd aan uw favorieten.

Hollands rijkdom, behelzende den oorsprong van den koophandel, en van de magt van dezen staat.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

R IJ K D O M. *3f

' men (a)?" Hoe lange zijn de imposten niet bij cns onbekend geweest"? Ook verfchiklen (leest men in zekere misfive van Schepenen van Amfterdam, van den 3. Sept. 1756.) zoo wel de middelen van dien tijd, als de wijze van derzelver invordering, toto cash, als men zegt, van de tegenwoordige : men wist van bottingen en dierJ gelijken meerder; maar de thans fubfifteerende ' * impofitien waren voor het grootfte gedeelte, en weinige uitgezonderd, dewelke dan nog in den " aart wederom verfchillen, ter dier tijden niet minder onbekend , als nu de naamen zelfs van eeni" gen der voorige lasten, bij ons ongewoon komen „ te weezen".

O m dat de ftroomen en de wegen den Graaven toe behoorden, hieven zij tollen; maar hadden zij onderftand noodig, moest het bij wijze van bede ■! gefchieden (b) , en deze bede nog vervulde de plaats van manfehap. De aart en natuur der graaflijke regeeringe belfond niet zoo zeer ineen ver- mogen , om over de inwoonderen of ingezetenen ; gezag te voeren , zoo als het oppergezag in laatere ujden door de Geleerden is befchreeven. De ; aart der leenroerigheid bragt een ander beftier te wege. De Vorsten gaven landen uit met meer of ; minder vergunningen; zich zekere inkomften voorbehoudende , en het gebruik van land en water j aan zekere lasten onderhevig maakende; waar uit ; de tollen , tienden, fchotten, enz. zijn gefprooten; welke met de breuken hunne inkomften uit[ leverden , zonder dat 'er eenige algemeene lasten

ge-

(a) Pest el Comment. p. 5. & 6. Vad. Hifi., tb) Charterb. D. 1. bl. 157-

(.O Mieris L k. D. I bl. 118. 131. .