is toegevoegd aan uw favorieten.

Hollands rijkdom, behelzende den oorsprong van den koophandel, en van de magt van dezen staat.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iVi HOLLANDS

waar die van ons Hollanders moeten zoeken? Het woord Vrijheid zweeft ons geduurig op de lippen ; wij hebben voor de Vrijheid de wapenen opgevat; v/ij hebben die, met het opofferen van goed en bloed, verkreegen; wij zijn een vrij volk geworden ; wij zijn 'er voor erkend; wij noemen ons een Vrijen Staat; en vrije Nederlanders: maar waar beflaat toch de Vrijhéjd in, die wij verkreegen, en zoo duur gekocht hebben? Zal men van de Vrije Nederlanders gelooven, het geen 'er Stkada van zegt, Lib. VI. naamelijk dat 'er geen volk is, dat meer fnoeft op vrijheid, en de flaavernij geduldiger draagt ? Zal men van hun zeggen:

Met een beladen nek , en fpooren in de zij, Roept 't Keêrlands domme paard, mijn hart en tong zijn vrij (a)?

Wij zien uit de hiftorien, dat de landzaaten onder de Graaven niet zijn geweest in dien ftaat, of toeHand, noch opdien voet, als wij dezelven ten tijde der overheerfching van de Romeinen befchreeven vinden : zij gingen niet bezwaard met den last van voor hunne overheerfchers te moeten zaaien, ploegen, vet geweid vee ter markt brengen (b) : zij waren in geen ftaat van flaavernij: verfcheiden befchikkingen omtrent hun leven en hun beltaan liingen van hunne verkiezing af; en zij hadden de bevoegdheid , om ten aanzien van dezelven te doen wat hun het meeste behaagde: maar welke zijn 't order die zaaken, die eigenlijk de burgerlijke vrijheid uitleveren, en waar in beftaat tog de vrijheid, om

; wel-

{*) Confidtratien van Staat «ƒ Pilitieh Wtegfchndi. bl. 3i») Vad. Vijl, D, I. bl. 165. cn volg.