Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xxxiv VOORREDE.

„ leen onze verwondering als een afzonderbfk gedicht, maar ook als een meesterlyke „ greep, om de éénheid en het verband van „ het groote geheel te verfterken".

Zie daar, hoe de Heer aikin over het ontwerp en de houding van thomsons DichtHuk oordeelt. De fraaiheid van gedachten en wyze van voorftel bekoorden ons, om 'er zulk een merkelyk gedeelte van by te brengen ; terwyl wy het oordeel over de gegrondheid van 's mans redeneering , aan den leezer zeiven overlaaten, die echter, zo wy vertrouwen, na deeze bedenkingen, meerder orde in het geheel zal vinden , dan men 'er gemecnelyk aan toefchryft. Het oirfprongkelyke is , gelyk meer beroemde dichtwerken der Britten , in rymlooze vaerzen opgefteld. In hoe verre een vertaaling in profe hierdoor moet verliezen, en wat men deswegen ter verdediging des vertaalers kan zeggen, hebben wy elders aangeroerd. Wy zullen er nu alleenlyk nog byvoe-, gen, dat dit verlies, in ons geval, misfehien, minder aanmerkelyk is, dewyl het fraaije der vaerzen, naar het oordeel van bevoegde rechters, by thomson niet zo zeer de hoofdverdienste uitmaakt, als wel de rykheid van zaaken en naauwkeurigheid van fchildering» Jn deeze betrekking is 'c niet het zelfde, welk een Dichter, of zelfs wejke werken van den

ze'f*

Sluiten