Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aoo D E HERFST.

keipaden, en op den verften afftand hoort hy, door de verfcheidene openingen,met ieder luchtje, den opkomenden ftorm naderen; maar wanneer deeze nog duidclyker en geweldiger met dc zuchtende winden op hem aandringt, dan fpringt hy, verbaasd, omhoog, en eensklaps is de geheele wilde ziel ï;er jagt in bewecging; de verfcheide tooncn der jankende en blaffende honden, dc fchelle hoorns , weêrgekaatst van de heuvelen, het briefchend paard op dc jagt verhit, cn het luide gekrysch der jaagers ; alles om een enkel, zwak, weerloos, vluchtend fcbcpfel , in een' dollen oproer en wanluidend gejuich ondereen gemengd.

Ook het hert, van den troep afgezonderd, waarïn hy langen tyd als de Vorst der fchaduwen prykte, tracht dien ftorm te ontwyken. Eerst , vol vuurs , zoekt hy zyn heul in het rennen, en, door de vrees gepord, geeft hy zyn geheele luchtige ziel over aan de vlucht. Hy vliegt tegens den wind in, om te eerder het verminderende moordgefchreeuw achter zich te laatcn. Kort bedrog! Hoewel hy {heller;

Sluiten