Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MASANIELLO. 2T

-over het oprapen derzelvea verhief zig een vernieuwd , nog fteiker geraas. En nu brak einde.ylt Mafaniello, die tot daartoe een diep dilzwygen bewaard en wien zyn aanhang omringd had, door het gewoel heen, en riep uit:,, geen impost meer! „ geen impost meeri " Als met ééne ftemme deinde hem het geheele volk by; de Eletto Nauclerio wilde fpreeken, maar Mafaniello wierp hem met eenige der verdrooide vrugten naar 't hoofü; en terftoud volgde elk die kon dit voorbeeld na. Van alle kanten Hortte op hem en de tolgaarders de menigte los; zy ontkwamen met moeite; Nauclerio vlood terftond naar den Stadhouder, aan wien hy het geheele geval te kannen gaf.

Nog geloofde deze, aan de menigvuldige onrustigheden des Napolitaanfchsn volks reeds g woon, dat het uiteinde der tegenwoordige onlusten weder het gewoone zyn zoude: een vrugteloos woelen, dat weldra van zelf bedaart, en noemde daarom het ganfche g-wal, een oproer van jongens. Doch maar al te ras zag hy hoe grovelyk hy zig zeiven bedrogen had; want naauw had Masaniello de tollenaars aan 't vlieden gezien, of hy fprong op een der hoogde maikt-tafels en riep tot de zig om hem dringende menigte: „ Zy moesten „ moed vatten en God en de heilige Maagd dan„ ken, dat eindelyk het uur der verlosfing gekoB 3 „ men

Sluiten