Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( GEBEDEN. 345|«

Slaat , cn verftoot mij niet uit het getal»* uwer kinderen; want ik ben uw dienaar, cn dc zoon uwer dienstmaagd, een zwak mensch, en niet zeer bekwaam om uwe wet te verftaan. Hoe volmaakt iemand ook fchijnt tc zijn, hij zai niet geagt worden, indien hij niet voorzien is met uwe wijsheid. Zend haar dan uit uwen heiligen'Hemel, cn van den Troon uwer heerlijkheid, op dat zij met mij zij, en met mij werke, cn dat- ik wectc , watu | aano-enaam is. Want zij heeft de kennis en dc wectenfehap van alle dingen: zy zal mij in mijne werken met omzigtig- jj ! heid beltieren/ Zij zal mij door haare magt£ ? bewaaren, en al mijn doen cn laaten zal i j u wel bevallen, ö Mijn God, geef ons ! uwe wijsheid , cn zend uwen heiligen Geest, die dc paden dcrgccncn , die op aarde zijn, verbeterc, en den mentenen uwen wii leere kennen.

On de genade, van zijn' jlaat wel te bekeven , van God te verzotken

OGod, wiens wijsheid alles beftiert, en wiens voorzienigheid een ieder dc plaats, die hem dienstig is, toefchikt, ' ik bedank, in volle tevredenheid wegens j uwe béfchikking mijwaart, voor den j Itaat en het beroep , waarin het u beliefd ("•heeft mij tc ftellcn. Doe mij 'er depligten' & Y S vanö

Sluiten