Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Z26 VERSCHEIDEN GEDICHTEN.

'k Zie dat gy bloost, op 't hooren van dees reen. Maar weigert gy verdienden lof te ontfangen?

Verdenk my niet dat ik u vleije , ö neen: De dichtkunst zelf zal 't zegel daaraan hangen.

My dunkt zy fpreekt; ik leen aandachtig 't oor: ,, Aanfchouwt dees maagd, myn waarde lievelingen!

„ Volgt, volgt haar na : zy zingt u rustig vóór: „ Leert, op haar fpoor, naar d'eêlffcen eerprys dingen.

„ Myn gunst zet haar den grootften luister by; ,, 'k Heb, in myn choor, haar de eerste plaats befchoren:

,, Laat al de zorg voor haaren roem aan my: „ Haar lof verkleent, moet zy Hechts d' uwen hooren."

Dus luid haar taal: maar, ach, Lucretia! Zy vergt ons iets, verr' buiten ons vermogen:

Wy zien van verre u op het kunstfpoor na; Gy zyt, gy blyft de leidflar voor onze oogen.

Wraak echter niet dees flaauwe erkentenis: Duld dat ik u dit dankbaar offer wyë,

Voor 't groots gefchenk, dat my zo dierbaar is; Voor 't kunstjuweel van Neêrlands poëzyë. Vaar voort, vaar voort: win nieuwe lauwerblaön: Zo fpoort ge ons, bly, tot nieuwe erkentnis aan.

DE

Sluiten