Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 7 3

fcomdig zyn, waarin men aan den onaf hankelyken ftaat der natuur zoo naauw gebleven is, en de vryheid der ingefetenen zoo min bepaald heeft, alsdeburgerlyke Maatfchappy maar eer.ïgfints toeliet, oflyden kon: waarom te recht een Fransch modern SchryverC*) zegt: de vryheid is het grootfte voorregts het geen de menfehen door eene burgerlyke vereeniging hebben gewonnen, en alle pogingen(attentats) of inbreuken tegen dezen fchat, zoo eigen aan ons welwezen, aangewendt, zyn misdaden tegen den Schepper; tegen de menfehelykheid; en tegen zyne gefellige natuur: wanneer dan een mensch gebruik maakt van zyn regt, zonder ietwes daardoor het regt van zyn evenmensch te benadeelen, heeftgeene Maatfchappy magr, om deez? onverfchillige daadente dwarsboomen. Dit word op gelyke wyze geftaafc by van justi Aart der wetten i. Hoofdd. § i8.en zekeren brief over de Drostendienften in Overysfel pag. 12. En ik verheugde my, na dat dit Tractaatje reeds was afgefchreven, dat my de vryheidademende A 4 Me-

(*) PEfprit de la Legisl. unfoerf. Tom. i. Liv. z. Ch. 6. fcg. 158.

Sluiten