Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 159 )

op eens anders rechten, van die Commisfie aftetrekken en cjaarover eene beflisfende uitfpraak te doen.

Na deeze gelegde en in de eigene befchryving der Generaale Kerklyke Vergadering, over haar Kjrkbeftuur, duidlyk te viudene gronden, zullen Directeuren nu het verhaal, 't welk de voorzegde Kerkvergadering van de bewuste, zo veel geruchts gemaakt hebbende, zaak geeft, met de bewyzen die zy voor haare gedaane handelwys in de Kerklyke Ordonnantie meent te vinden , onderzoeken en beoordeelen.

Te vergeefs beroept men zicb op bladz. 69 daarop , dat 'er federt eenige jaaren eene gewoonte plaats gehad heeft, maar dat het volflrekt geen wet is', dat het gewoon Confiftorie een groot Confiftorie, en dit wederom eene Generaale Kerklyke Vergadering befchryfr. Maar, wat wil dit hier, tot goedmaaking van hec wanbegrip, 't welk de Generaale Kerklyke Vergadering ten deezen opzichte koestert, zeggen? Verkrygfeii de gewoonten, door langheid van tyd én geftadige onafgebrokene op elkander volging, niet de kracht van Wetten, vooral, wanneer 'er geene befchreevene Wetten zyn, die dezelven tegenfpreeken ? Nu toone men Directeuren eens uit de geheele Kerklyke Ordonnantie ééne éénige Kerklyke Wet, die eenige de minfte

zweem

Sluiten