Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 233 )

en die der zuivere Leer te beftempelen met de fchimpnaamen van' dweepers, onkundigen, dammen, behoorende tot de '/malle Gemeente, om van nog laagere en onbetaamlykere uitdrukkingen , uit het in dergelyke dingen vindingryke brein onzer hedendagfche Toleranten geteeld, nu niet te gewaagen. Genoeg voor hun, dat het onpartydig en weldenkend Publiek thans in de gelegenheid is, om met eigene oogen te zien, wat waar en valsch is, en zich niet langer door dergelyke konstenaaryen laat verblinden.

Het geval van bladz. 97 tot 104, met zo veel ophefs, verhaald, van de agt Mans Ledemaaten , die zich den 15. December 1790 by het gewoone Confiftorie meldden, om te verzoeken, dat men zekere vier Predikanten, die zy noemden (en die men intusfchen niet eerder , dan by het plaatfen van den vervolgens op bladz. 101 tot 104. voorkomenden en van deeze Lieden afkomftigen brief, goedvindt te noemen) op de Nominatie bragt, in plaats van wylen den Wel-Eerwaarden Heer Klap; — dit geval raakt Directeuren in 't geheel niet, daar zy op hunne eer betuigen kunnen, dat niemand hunner, op eenigerlei wyze, rechtitreeks of bedektlyk, daarin deel gehad, of P s daar

Sluiten