Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VANRHODOPIS. 483

Dat uwe friflche Jeugd door al de naafte fteden, Sal werden aangezien , zal werden aan gebeden: Soo dat gy door de Kunft als eeuwig leven zult; Schoon dat u levens tyd zal lange zyn vervult. Soo gy den kryg bemind, ik kan het bloedig vechten, En legers tegen een met onverzaagde knechten, U toonen door de Kunft als of het oorlog waar, En dit al buiten zorg en zonder u gevaar. Of zoo u, waarde Maagd een Raads-Heer mogt behagen, Vermids hy in het Hof belteed zyn meefte dagen, Soo weet ook dat de Prins van my niet weinig hout, En zaken van gevolg my dikmaal toe betroüt. En 't is van heden niet dat Princen Schilders eeren, De daad ook even zelfs die kan het heden leeren: 't Is over duizend jaar en langer zoo geweeft, Gelyk men over al in oude boeken leeft. Soo gy een Koopman lieft, ik kan ook handel dry ven, En kan ook door de Kunft myn zaken beter fcyven; Want zoo 'er eens een fchip van eenig Koopman blyft» Soo dat zyn kraam verzuipt of op de baren dryfti Al is de goede Man niet in de zee geftorven, Hy is des niet-temin om zyn verlies verdorven ; Want als een Handelaar geraakt in dit verdriet, Soo is zyn luifter uit, en zyn geloof te niet. Maar fchoon my dit geval miflchien mogt over komen, Soo ware my nochtans maar weinig af genomen; Want als ik flechts het lyf mach brengen aan de ree, Soo blyft myn befte fchat behouden van de zee. De Kunft, dat edel ding en zal my niet verlaten, Al moeft ik zonder kleed gaan dooien achter ftraten: Al vlood ik uit den kryg, al liep ik uit den brand, Ik hiel noch even ftaag myn allerbefte pand. Kunft is een fchoon juweel, en boven alle fchatten, Daar wind, en vier, en zee, niet op en weet te vatten:' Kunft is het befte goed, wie dat het immers fpyt, Princefle, viert de Kunft, gydiezookunftigzyt. Terwyl de Schilder fprak , en al de jonge lieden De Maagd door langgefprek tot haar gezelfch2p rieden.

Sluiten