Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN R H Ö D O P I S 485 DèGod-fpraak is voor my, en over myn beleid, , My is een hooger ftaat noch onlangs toe gezeid. Daar is een zeker hol hier buiten jn de bergen, Van waar (als eenig menfeh een'vrage komt te vergen) Een holle ftem'me ryft, en zèid in hcerfchgefchal, Wat ieder die men noèmd eens over kómen zal. Men houd dat éven hier zyn geeften in verhooien, Die vreemde dingen zien, en niet en konnen dooien, Ja dat Apölló zelfs , of iemand zyns gelyk , Woont in het grouzaam diep eh in het duifter ryk: EenMaagd,een reineMaagd,ohtfangt den ftem van onder: En op een vreemde wyz'uit zy het zeldzaam wonder, Maar ftraks na dit geluid zoo vald het tanger dier, • Geraakt gelyk het fchynt, van eenig haaftig vier. Men kan van haren mond geen ftemme meer verwerven, Haar leden werden ftyf, haar wangen die befterven, Dieswordze als voordood getoogen uit't perk, Soo dat een ieder zeid 't en is geen menfchen werk. Ik, om u zoete min met grooten angft beladen, Heb my tot dit geheim eens mede laten raden :

Ik quam ontrent het hol, en door een jonge Maagd, Heb ik op onzen ftaat de Goden raad gevraagt Myn antwoord is geweeft, De kunftc van Bordurèn, Sal uwe Rhodopé ter h'oogfter eere vuren. Daar mede zweeg de ftem; cn meer en vraagd'ik niet Vermids de Priefter zelfs het vragen my ontried. ' En 't was Voor my genoeg, hoe kond 't beter wezen , Myn Kunft, myn eigen Werk word boven al geprezen, Word als een trap geftelt tot uwer grooter eer? Gy wacht van nu' voortaan geen nieuwe" Vryers m eer, En wacht geen aardfebs magt,maarvoegt u na deGoden, En ziet op onze Kunft, gelyk u word geboden: En zoo u moedig hert wil hooger zyn gezet, Soo maak dat gy voor alop deze Konfte let. , Geen Krygsman zal het doen door krachten van de leden, Geen Raads-Heer door beleid van op gepronkte reden, Geen Koopman of Rentier door groot en magtig geld , GeenDichter, wie hy zy, en is 'er toe geftelt,

h 1 Poëet

Sluiten