Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- ZACHARIAS AEN MALACHIAS.

ning over hun uit, en myn hart vloeide over van vreugde, daer ik nu wist, hoedanige zegen dezen volke voor de deur Hond.

Eindlyk boezemde myn ziel deze verzuchtende loffpraek uit: „ Welk een morgenftond zal over „ u aenbreken, ó Israël!" Dit denkbeeld ïtraelde helderder in myne ziele dan de morgen-zonne op de heilige Had.

Hoe biyde was ik, dat myn weekdienst byna verlopen was, daer ik niemand onzer Bekenden" meer kon of mogt bezoeken; weldra fpoedde ik my met verlangen nae huis ; alwaer de ontroering myner Vrouwe over myne ftomheit, hoe groot ook, kleen was by de vreugde, de verwondering, het kloekmoedig geloof, en het vuur van aenbidding, welke haare ziel vervulden, wanneer ik haer door middel van ichrift te kennen gaf, wat my te Jerufalem was bejegend. Zy fchynt byna de zelfde niet, zoo verfoeit zy zich zelve over haere vorige kleenmoedigheit, waerin gy zelve zoowel als anderen haer dikvvyls,diep vernederd, hebt aangetrolFen.

Wy zien nu met een toenemend verlangen eiken dag de vervulling der verzekerde uitzichten te gemoete. Immers myne Elifabeth gaet reeds in de derde maend zwanger, en kan zich niet verzadigen in den roem derGodlyke genade, die een einde maekt van haeren fmaed onder de roenfehen. Zy groet u Zusterlyk.

ELI-

Sluiten