is toegevoegd aan uw favorieten.

De Hollandsche wijsgeer in Vrankrijk. (Veel meer dan een roman.).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C *M )

DRIE en TWINTIGSTE BRIEF.

janüs aan jan. m ij n h e e r 1

Jk heb de eer, om bij deezen te vervolgen het geen ik in mijn voorgaanden begonnen heb.

Zo dra de Overften vertrokken was begaf ik mij dag aan dag, om en voorbij de wooning der bewuste Dame, die ik echter in de twee weeken maar eens te zien kon krijgen , en dat maar zeer kort. Evenwel zag jik genoeg van haar, om te zien , dat ze van nabij zeer fchoon was. Haar leevendigoog, waar. in eenige traanen ftonden, kondigde een 'ziel aan, oneindig fchooner dan haar gelaat. Zij zou voor de deugd en zedige liefde teffens hebben kunnen doorgaan.

Dan, dit zien voldeed mij op verre na niet; het deed mij flegts te meer belang in haarftel. len. Ik ging dan bij verfcheiden onzer Landgenooten , die, overvloedig tijd hebbende,

over-