Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'< 27 >

dien hij ons voor wijnige oogenblikken het leven gaf en de vreugde van te beftaan fchonk, om het ons

voor eeuwig weer te onttrekken? Neen zal hj

de hoogfte goedheid bezitten, en ons zoo gelukkig maaken, als wij kunnen worden: zo is 'er ook gewis nog een leven naa den dood, eene voortduuring van. beftaan.

En pasfen wij nu deze aanmerking op de overige leevende fchepfelen van God toe: hoe waarfchrjniijk wordt ons dan ook hunne voortduuring. Bezit de Oneindige de hoogfte goedheid, dan zal hij ook de dieren, die ook van hem zijn voortgebragt, zoo gelukkig maaken, als zij overëcnkomfiig hunne natuur kunnen worden. En hier komt het ons te pas, het geen wij, in den beginne, hebben aangemerkt, dat God de dieren niet alleenlijk tot nut der menfehen, maar in de eerfte plaats tot eigen genot van gelukzaligheid gefchapen en beftemd hebbe. Hij is de Vader van alles» wat leven van hem ontvangen heeft. Hij is de liefde jegens alle en ziet gaarne alle zijne fchepfelen gelukkig. Maar wanneer is nu Gods liefde groocer: wanneer hij Hechts een klein gedeelte van leevende wezens, flechts de menfehen, of wanneer hij ze alle voor eene eeuwigheid beftemd heeft, wanneer hij ze alle zoo gelukkig maakt als zij 'kunnen zijn, en" ook de dieren naa den dood doet voortduuren? Zekerlijk wederom in het laatfte geval. Wij mogen

dus, naar alle denkbeelden, die wij van God hebben, D 2 en

Sluiten