Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE HOOFDSTUK.

= 5

kens zuchtte — Frits kon niet fpreken en wilde ook niet. Willem herftelde zich zoo goed hij kon, en verhaalde op eenen aandóenlijken toon, hoe toevallig zij daar gekomen waren. Hij fmeekte haar om eene fchuilplaats voor flechts weinige uuren, ten einde aan hunne vervolgeren te ontkomen. Het gedurig al nader en nader komend gefchreeuw bevestigde de waarheid van zijn verfiag.

De wijze, op welke Willem fprak en fmeekte, maakte het meisje tegens wil en dank opmerkfaam op zijne geftalte en reden. Toen hij geëindigt had, zweefde haar blik befluiteloos tusfehen hem en zijnen makker — zij zweeg nog —■ en eensklaps hoorde men van verre een woesten hoop op het ijzeren hek donderen, terwijl eene andere woedende bende zich nader aan den muur liet hooren.

Wat kan ik voor ulieden verrichten? zeide zij zachtkens: waar kan ik u verbergen? — iederen fchuilhoek van dat huis is aan die barbaren bekent. — Uit de verborgenste plaats haalden zij mijnen vader, en vermoordden hem op de gruwfaamfte wijze! — zij barstte in tranen uit, en fcheen haare fmert op nieuw te gevoelen; toen een verdubbelden aanval op de poort een geweldigen inbraak te kennen gaf.

B 5 ZÜ

Sluiten