is toegevoegd aan uw favorieten.

De kinderen mijner luimen; of Verhaalen en mengelschriften.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE HOOFDSTUK. 87

Philips, reeds lange met iedere hartstocht bekent, raadde zeer wel wat 'er in het harte des vreemdelings omging. De verovering zijner zuster fcheen hem te verblijden, daar hij in zijn eigen benarden toefhvrld haar niet tot befchermer kon dienen, en daar hij met vreugde hare eer bij een braaf en eerlijk man veilig achtte. Dat de befcheide aan de hofpoort zuchtende Frits geen vervoerer was, leerde hem zijne ondervinding, welke in hem, bij 't eerfle opflag van 't oog, een nicuwling ontdekte, en Willem ftelde hem geheel gerust, daar hem dezelfde avond nog eene gunftigc gelegenheid verfchafte, hem var? de geenzins twijvelachtige liefde zijnes vriends te onderrigten.

„ Is hij een edelman?" was de eenige nadeelige vraag, welke de oud-frankifche aan den duitfeher deed, en daar Willem dezelve op eene hem voldoende wijze beantwoordde, bewilligde hij mee vreugde in den voorflag: dat Babet, zoo rasch de krijgsgevangenen zouden uitgewisfelt worden, Frits als echtgenote zoude volgen.

De befchroomde minnaar was inmiddels met het voorwerp zijner wenfehen alleen geblceven; maar met het onweder was ook zijne kloekmoedigheid weder verdweenen; hij liet de fchoone gelegenheid voorbijgaan om bij den fchoonen avond te voleindigen, 't geen hij bij den zwoelen middag had beF 4 g01>