is toegevoegd aan uw favorieten.

De kinderen mijner luimen; of Verhaalen en mengelschriften.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWAALFDE HOOFDSTUK. 107

wierden nagegaan, alles wat zij fpraken of zeiden wierd beluistert. — Babet behoorde tot eene gehaatte familje; het waar belang, 't welk Willem in haar fcheen te {tellen, kon hem in verdenking brengen van een heimelijk verbond, en een heimelijk verbond was in dien tijd ook fteeds een famenzweering. — Hij durfde zich derhalven niet dan onverfchillige vragen veroorloven, of zogt door omwegen zijn oogmerk te bereiken ; maar de fchrale antwoorden, welke hij op zijne in 't wilde gefmetene vragen kreeg, bragten geen licht in zijne duisternis. — Hij zweeg eindelijk en wagtte dat het geval het raadzel eenmaal zoude oplosfen.

Om dat geval, zoo mooglijk, de hand te bieden, zwierf hij van den vroegen morgen tot den laten avond de ganfche uitgeftrcktheid van dien oord door, verzuimde geenzins nu en dan Babets woning te bezoeken, doch welke hij altoos ledig vond.

Op zekeren avond, toen hij vermoeid door een dorp terug keerde om zijne misleidde hoop nogmaals moedeloos naar huis te dragen, hoorde hij, toen hij naauwlijks het dorp achter den rug had, eensklaps brand fchreeuwen! hij keek om en zag een boeren huis in volle vlammen, welke zich zoo fchielijk verfpreidden dat, alvorens Willem tijd had nader bij te komen, het naburig huis insgelijks fd brand ftond. De inwoners fchoten van alle kanten