Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZOO BEMIND GEEN MAN. fe37

Gij hebt groot gelijk, goede heer! zeide Grietje al kennende, zij verhaalde hem toen hare treurige gefchiedenis, welk verhaal zij met dezen wensch eindigde: och! dat de kwade hond een hongerige wolf geweest ware, dan zoude hij in flede van mijn rok, mij zelv' verfcheurt hebben. Met bedaarden ernst berispte de grijsaart deze mismoedigheid. Nog drie groote fchatten zijn uw eigendom, mijn kind! om welke te bezitten menige vorstin met u zou willen ruilen: liefde, onfchuld en hoop, deze zijn niet aan uwe zak vast genaak, maar in uw hart begraven; noch jood, noch christen kan 'er u van berooven. Wankel nooit in uw vertrouwen op God; hij beproeft en beloont. Jakob moest zeven jaren om Rachel dienen, en toen hij aan het doel zijner wenfehen meende te zijn, gaf men hem Lca ten vrouwe, die eene leeJijke meid was, cn hij moest nog zeven andere jaren hopen en wagten.

Hoe weinig indruk ook de zinrijke tocpasfing van Jacobs huwelijks-historie op Grietje maakte, werd zij evenwel door den hartelijken toon, op welken de ouden fprak, zachtlijk getroffen, en daar hij eindelijk bij zijne troostredenen nog zes harde dalers voegde, met de verzekering, dat hij graag meer zoude geven zoo hij en zijne arme parochie-kinderen het misfen konden, fchoon hij hoopte

Sluiten