is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch van zijne zwakke zijde beschouwd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WANTROUWIGE. Ï03

bed der Meid gaat hij doorfnuffelen, wanneer hij flegts een oud mes of eene fchaar mist, en onderzoekt nauwkeurig, hoe ze aan het geld, om lint aan de muts, en aan de Knecht zo veel guldens, om nieuwe gespen op de fchoenen te koopen, gekomen zij. Hij telt, hoe veele ftukken banket, hoe veele appelen of peeren 'er zijn overgefchooten, wanneer hij eene maaltijd heeft gegeeven, en eet heel ongerust, om dat, naar de boter te rekenen, welke hij hadt uitgemeetcn, de kool veel vetter kon gedoofd zijn.

Wordt hem dit of dat ampt geweigerd \ dan weet hij gewis, dat het flechts door de kwaadaartigheid van dezen of dien man gefchied zij, en draagt hem van nu af eenen doodelijken haat toe , hoewel die heel onfchuldig is.

„ Hebt gij wel opgemerkt, zegt hij tot zijne vrouw of een' vriend, wanneer ze zaamen uit een gezelfchap na huis gaan; hoorde gij wel, wat ze daar op 't laatst zeiden ? waarlijk dat ziet op niemand anders, dan op mij." Wanneer 'er twee menfchen zamen ftaan te praatcn; dan fluipt hij zagtjes na hen toe, om te 1 uitteren, of zijn naam of charadter ook genoemd word. Op dezelfde wijze luiftert hij aan het venster of de deur van zijn vermeenden vijand , en vraagt anderen zorgvuldig uit, of -'er van hem niet gefproken zij. „ Hij moet boos op mij zijn, zegt hij menigmaal ; want hij ging in huis, toen hij mij'zag aankomen: of, hij G 4 groet-