is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch van zijne zwakke zijde beschouwd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

104 D]5 WANTROUWIGE,

groette mij niet, en deed, als of hij mij niet zag- of, hij bedankte mij niet eens, enz."

Schrijft iemand, die hem kent, een punt- of hekeldicht; dan is 't hem niet uit 't hoofd te praaten, dat hij er 't onderwerp van is; want, zegt hij, daar fcheelt niets aan ; alles, partrijs, hoed en rotting zijn 'er in uitgedrukt.

Wanneer hij reist; dan wil hij liever gebrek lijden, dan de beurs open doen, om niet te laaten blijken , dat hij geld bij zig heeft, en 's nachts ^elf zal hij willen opblijven, al is het dat de Hospes van ééne der aanzienlijkfte herbergen in de Stad verzekert, dat 'er geen het rninst gevaar is, of zelfs aanbiedt, een' waakcr bij hem in de kamer te laaten,

Zijne Vrouw zou het niet waagen, een ander mansperzoon, met de haar eigen zijnde vriendelijkheid, te behandelen; hij zal haar fchcrp doorhaalen, en, zo dra de vriend vertrokken is,

haar zelfs opfluiten. Hij kon, om zig te

vervrolijken, heden, in dit of dat gezelfchap gaan ; maar, wie weet, of men hem gaarne zag? Want, zo men door een toeval hem niet met open armen, of een uitneemend gejuich te gemoet komt; dan zal hij, gelooft hij tcrftond,

op eenen ongelegen tijd zijn gekomen. Hij

moet, zomwijlen, t'huis waarlijk honger lijden, en zoude, bij zijne oude bekenden, een goeden mo.nd vol eeten vinden; maar- de man is, onlangs, eerst getrouwd, en hij vreest, — met

één