is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch van zijne zwakke zijde beschouwd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

228 DE GOEDBLOED.

deren geene kinders, en wil, gelijk hij zegt, liever weinig met rust, als veel door twist en onmin genieten; maar evenwel heeft hij zekerlijk opvolgers, welke, met minder goederen en eenen voor het overige gezegenden huisfelijken ftaat, de goedhartige infchikkelfkheid van hunnen Voorzaat zeer zullen betreuren.

Of wat denke men van zekeren Man, wiens geheele huishouding ik fchilderen moet, zo men over zijne zo verkeerd geroemde goedhartigheid Zal willlen oordeelen ? —- Wanneer men hem bezoekt, dan weet men niet hoe men 't heeft; aanftonds word men, door een manlijk fchepzel zeer in verlegenheid gebragt , 't welk veel te meefteragtïg is, dan dat men het met fchijn den naam van eenen Hofmeester zou kunnen geeven, hoewel het zijnen Post flechts eeniglijk aan de

Gebiederesfe van 't huis te danken heeft.

Dit mensch, in wien anderen misfchien voorrechten ontdekken, hoewél ik 'er volftrekt geene in befpeure , verfchijnt eiken morgen in dit huis , zo gewis en zo regelmaatig, als de zon aan den hemel, iederen üchtend de

ftad befchijnt. Hij trekt de fchel, om te

gaan drinken of eeten, en het gansch Gezin verfchijnt aanftonds in eene eerbiedige houding. •

Hij fteld alle bedienden, elk naar zijn' rang, aan, en dankt met eene gelijke magt dezelven ook

weder af. Heden is hij niet wel gehumeurd,

en aanftonds is het ganfche huis met vreezc en

droet-