Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234 DE MORSPOT.

rooden rok reeds doorgedrongen; de hoed hangt rondom los,- in de haircn en op den' rok zitten veeren ,- het vuile onderhemd fteekt allerwegen bij het bovenhemd uit; aan de broek ontbreeken verfcheide knoopen ; de koufebanden, voor ditmaal flechts touwtjes, hangen na beneden,' de neergezakte koufen laaten de gefchaafde kniën zien; en de flordig toegegespte of ftêergehakte fchoenen zouden hem ontvallen, indien hij met zijn kameraads om 't eerst moest

loopen. De lob van 't bovenhemd is bruin

van bier of kofiï, en op het kamizool ziet men doorgaans de overblijfzels van het ontbijt, het

middag- of avondmaal. Hij wil lagchen ,

maar, om dat hij den neus nooit recht fchoon

houd, zo ontflipt hem den .... Hij kauwt

nog wanneer hij al drinkt, en duwt de fpijs met de vingers nog wat diep in den mond; hij geeuwt, zonder de hand voor den mond te houden; overluid te boeren is bij hem niets aanftootelijks, en, wanneer hij niest, dan valt alles op de hand of op den rok van hem, die

naast hem ftaat of zit. Dewijl hij alles,

zonder zich in het minst aan tijd of orde te ftooren, maar eet en inflokt, wat hem voorkomt, en zelfs den aangeftoken appel, welke hij opraapt, niet vcrfchoont; zo kan 't niet anders wezen, of hij moet krimpingen in den buik krijgen, en, volgens zijne aangebooren fchaamteloosheid, openlijk dat geen doen, wat anderen zonder

Sluiten