Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

U4 DE ONWEETENDE.

met Mannen van naam en eene uitgebreider kennis bereide hij zich niet zelden vooraf, leert plaatfen uit fchrijveren in rijm en onrijm van buiten, en zoekt gelegenheid, meenigmaal onbehouwen genoeg, om ze fiechts te pas te kunnen brengen; Hellingen, woorden en naamen, die hij verzamelen kan , worden insgelijks medegenomen ; hij laat ze , gelijk de Gochelaar de vogels onder den hoed, voorden dag komen, maar meenigmaal zoo gebrekkig, dat men hun kortftondig verblijf jn hunne gevangenis voort kan bemerken. Zijn deze Mannen , naar zijne ( jneening, van een' hoogén rang, dan is het hem ' eene eer hun te vraagen, en hun twijfelingen en zwaarigheden voortenellen, maar alle weêr zoo kommerlijk , dikwerf zoo kinderachtig, en Hechts oppervlakkig, dat de een of ander in den eerflen opflag denkt, dat men met hem den fpot fleckt, maar voort daarna, uit reeds voorafgegaane blijken, het arme wicht leert kennen j en in eene goede luim , een antwoord geeft.

„ Maar met permisfie, dat ik vraage, droeg „ Winkelman eene paruik ? Snoof en rookte „ Wraferi. Doch ik denk niet, dat gij van die „ alles hebt gehoord, of iets daarvan u ooit is „ voorgekomen. Gij zijt immers Lutkersch, enz". Dit en foortgelijke dingen zijn alreeds gewigtige vraagen , bedenkingen en twijfelingen , voor een' man; die fiechts de eer wil hebben, dat hij gevraagd en getwijfeld heeft.

Legt

Sluiten