Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

@ *5 0

hebt, die voor u zorgt; daar vo^r moet gy Hem ook al danken..

Zoon. Maar dé kleederen en de fpyzen maaken de menfehen immers zelvs. Doen zy niet, Vader liev?

Vader- Ja, myn zoon. Maar de menfehen, maaken maar alléén de dingen, die zy noodig hebben, in orde Maar hetgeene, waaruit die dingen gemaakt worden, heeft God voordgebragt. L'eze goede God Iaat als le vruchten , die wy gebruiken , wasfen. Hy geevt regen en zonnefchyn, waar door zy kunnen wasten. Hy beeft de dieren , van welken wy ons voedze! en onze kleederen hebben, gefchapen. De mensch kan eigent]yk niets maaken, niets nieuws voor den dag brengen. Hy kan maar alléén dat geehe bewerken en in orde helpen, welk die goede God voor hem gefchapen heett. En voor dit alles beseert God niet meer, dan dat wy hem lievhebben en onze dankbaarheid geduurig aan Hem betöóhen.

Zoo". Vader liev, ho veele redenen hebben de menfehen, om dien goeden en lieven God te danken! Ik zal Hem ook almyn leven lang daar voor recht hartlyk liev. hebben, en my welwasten, om iets :e doen , dat ik weet, dat Hy niet wil hebben.

Vader. God geeve , myn lieve Zoon , dat gy altoos by deze voornemens blyvt 1 Dan zult gy voor ahyd gelukkig zyn.

B 5 GE-

Sluiten