Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$4 KARNACH CHAM EN APAJIM.

A. Ware dat het nog alleen J — maer, — God qntferme zich ! —zy zeiden rond uit: Hydryft „ de duivelen uit door den Overften der duivels ! "

K. en G. faheuren hunne kkederen.

K. Neen! zoodanigen laster achten wy naeuw-

lyks mogelyk onder de Heidenen! het kan

niet wezen. OF anders is nog het groorfte won. der, dat de Heere niet op het oogenblik tot de Heidenen gaet, uf ren Hemel wordt genomen , eji dat zulke menfehen in den afgrond nederfroften.

G. Doet hy ook , door den Overften der duivels, de oogen der blinden open?— O! die v.evfchriklyke laster 1 A. Zyt gylieden blind geweest? K. Ja, Gebuur ! Wy hoorden hem met het Volk voorbygaen , en riepen hem aen , dat hy zich over ons zou ontfermen. Hy'gaf niet terftond antwoord. Maer, als wy hem naliepen, en aen zyn herberg kwamen, keerde hy zich om, en wy traden tot hem, eu baden hem, dat hy ©ns de oogen opende.

G. Ik was twee jaeren, en deze man reeds zestien Jaeren blind geweest.

K. Toen vroeg hy ons naeuwkeurig, of wy dan geloofden, dat hy zulks doen kon? Wy antwoordden van harten! ,, Ja!" Hier op zeide. hy terftond : ,, Ulieden gefchiede volgens uw vertrouwen!" en op het zeifde oogenblik.

Sluiten