Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fm 14*

Om aan te toonen, door Wat woedend rampotkaan Hy wasbeloopen: „ O! Gy God der Legerfchaaren ! Dusfpreekt Hy, „ Ifrels volk, door Baals Offeraareu

»» Verfeid, dorft Uwen Dienft baldadig Stout yerfmaënj Vers 14b, ifa

„Het doodde Uw' knegten-Ik alleen, ik ben 'tontvlucht, » En nu wil dolle Wraak ook my in 'tbloed doen fmooren Waar op de Godsftem Hem dit hoog Bevel deed hooren s

„ Ga heen, keer weder, zyt voor geen gevaar beducht.

Vers ifb

5, Ga naar de Woefleny, die naar Damafcus leid, „ Om daar Prins Hazaël, door 't zalven zyner hairen, „ Ten Vorft van Syrien op 't plegtigft te verklaaren, Want Hem heb ik den Troon van dat geweft bereid, Vers 16a 17 a

„ Voorts zult gy henen gaan, om, op myn Hoog Bevel,

Held Jehu, Nimfi's Zoon, tot Ifrels Vorft te hulden, „ Hem tog heb ik geftelt tot Wreeker aller fchulden

„ Van fnoden Achab, en zyn' Godlooze Izebe!» Vers 16b \ib

n Nog zult gy Saphats Zoon van Abehnehoïa, u Eüza, ten Propheet in Uwe piaatze Mkn;

Sluiten