Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 8 )

Verward en woest lag by 't verfchynen

Des chaös, alles onderéén; Het rond en fcherp had kloot noch lynen

Door 't laage wierd het hoog beftrecn. Het aardryk had geen plant of boomen, De zee geen ebbe of vloed of ftroomen,

Geen baaren, oever, ftrand of ree, De hemel maan- of ftarrenkringen Geen dampkring of vernevelingen ,

Het veld geen vrucht, het land geen vee.

De chaös was met nacht omtogen,

Want nog ontbeerde hy hec licht; Het duister heerschte, welks vermogen

Nog goed en kwaad op de aard' verricht. Het doet de maan cn ftarren fchynen, Vermoeidheid door de rust verdwynen,

Verkwikt door flaap den mensch by nacht; Maar zy doet op de ontrouwe baaren De fchepen ook op klippen varen,

Vernielt ze niet ontembre kracht.

God

Sluiten