Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40ö HISTORIÉ

IX. fpykers en fpooren warén vastgemaakt. Zy fprasxxxi.' ken op eene treurige wyze eenige gebeden uit: HooïDsten lazen overluid een brief, die hun van dén hemel door een Engel gebragt was; by deezen brief beval God, die hem gefchreeven hadt, deeze kwellingen des lighaams té lyden,- ter vetligtinge der zielen , dié in 't Vagevuur zuchteden, en om de voortduuring der rampen, en der zonden, die Duitschland in st verderf ftortteden, te doen ophouden. Zy fleepten in deeze hunne broederfchap mede 't Volk van Spiert, vzw Straattiurg, ert van éenige andere plaatfen. Deeze Volken door de Geefelaars tegen de Joöden opgehitst, hielden ze vast, en verbrandden een groot getal in Thuringen; maar het grootfte onheil gebeurde te Frankfort, waar de Geefelaars, na eenige wanorde veroorzaakt te hebben, in een vergelyk bewilligd hadden, wanneer een Jood, Oijevaar genaamd, en wiens huisgezin ter dier plaatfe talryk was , zyne Broeders willende wreeken, een vuurwerk in 't Stadhuis wierp; 't vuur nam voed fel: de Stads fchriften wierden tot asch verteerd. De vlam floeg over tot de Kerk, die ook verbrandde; en zy vcrfpreidde zich tot Saxenhaufen toe. Men kon eene zodanige misdaad niet ongeftraft laaten; niet alieen werdt de fchuldige ter dood gebragt, maar ook alle de Jooden , welken zich in de Stad bevonden, uitgenomen een klcen getal, }t welk zich in Bohemen reddcde.

Men befchuldigde dezelven in 't gemelde jaar van de putten, bronnen en rivieren vergiftigd

te

Sluiten