Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

49* HISTORIE

ix. 33 gen dit liefdaadig voorneemen. Men lei hem xxxl " te last> dat ny geld ontvangen hadt, om de Hoofdst. „ vyanden des Zoons Gods te befchermen". Alle de inwoonders van JJlm wierden verbrand, met hunne huisgezinnen en goederen; de Vorsten durfden zich niet bemoeijen met eene zoo tedere zaak, en de Natie vondt niet eene plaats waar ze zich konde verbergen. Daar was niet dan Litthattwën, waar zy geruster leefden, om dat Cafimir de Groote , verliefd op eene fchoone Joodinne, Esther genaamd, even als de oude Verlosferesfe van Gods Volk, hun groote voorrechten verleend hadt.

TWEEËNDERTIGSTE HOOFDSTUK.

Van den ftaat der Jooden in Praag en Bohemen; de Keizer befchermd ze.

Boe'k. V Y' ZlCh de VlUCht "aa Bohemen beSeeHeoiDST ^ hadden 9 konden daai' geen lange ruste »OÏD« vinden. ,t VoIk van praag ^ uit fpyt van

het Paaschfeest te zien vieren, verkoos dien dag boven alle anderen, om hunne Synagoge te verbranden (*), benevens hen, die daar in hunnen Godsdienst oefenden. De uitvoering van dit ontwerp was gemakkelyk,om dat niemand zich daar tegen ftelde, en niet een mensch ontfnapte den dood , dien men hun bereid hadt. Dit voorval

was

C*) 't Jair 1391. '

Sluiten