Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der JOODEN. 499

was zoo grievend en gevoelig, dat de Synagoge jXvan Praag daar de gedachtenis van bewaard in xxxJj' een gebed , dat ze eenigen tyd daar na op-Hoofdsï. ftelde om haar ongeluk te beweenen.

Twee jaaren laater Wensceflaus , Koning van Bohemen en Keizer, willende aan zyne Onderdaanen, by dewelken zyne verwyfdheid en liefde tot den wyn hem ten hoogften gehaat gemaakt hadden, behaagen, ontfloeg den Adel en de Steden van al het geene zy aan de Jooden fchuldig waren. Dit befluit deedt het Volk gelooven, dat men alles konde waagen tegens eene Natie, welke door den Keizer niet meer befchermd wierd; de flagting begon te Gotka door het Volki maar zy werd veel verfchrikkelyker, toen de Landlieden zich by het Volk voegden. Die van Spiers ontzagen noch ouderdom, noch kunne, en men deedt alles over den kling fprirtgen, op eenige kinderen na, die men na de Kerk bragt om ze te doopen. Dewyl ondertusfchen-dusdaanige geweldplegingen verfoeijelyk zyn, en de Staaten ontvolken, hielt men ze tegen door eenigen def muitzuchtigften te ftraffen; en de Historiefchryvers poogen dit geweld te billyken , door de Jooden te betichten van een Priester, die het Sacrament by een zieke bragt,beleedigt te hebben* Men befchuldigde ze nog eens (*) van de Putten vergiftigd te hebben, en deeze befchuldigirtg, die den dood en de wreedfte ftraföefeningen naa zich fleepte, verfpreidden zich, volgens de Jood-

fcb«

(*) 't Jaar 1400.

ïi 2

Sluiten