is toegevoegd aan je favorieten.

Het Roomsch Hollandsch recht.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

254 Roomsch-Hollands-Recht. II. Boek.

dé, en dienftbaarheid aan de andere zyde, het volkomen befit van feker ftuk goed, voor hem, en fyn Erven, binnen fekere leden niet te verfterven, onder een erkentenis van Hof-regt en Heer-gewaad, t'elken verandering overgeeft.

Van fchut en fcherm van den Heer, van de dienftbaarheid van den Leen-man, als mede van het verval by verflerf, fo in kwaade als goede Leenen, is in 't voorgaande Deel genoeg gehandeld^ftaat alleen te letten, dat het felve verband t'elken verandering m 't bcfiè van het felve Leen, by den navolger moet werden hervat, en vernieuwd, en den felven door den Heer in de tegenwoordigheid van twee andere Leen-mannen in het befit van 't felve Leen, onder gelyke beloften, verlyd, en ingelyft moet werden, betalende t'elkens tot erkentenis van des Leen-Heers eygendom , de Hof-regten, en Heergewaden. Daar van in 't volgende Deel. % Met het verflerf van Leen-goederen gaat het gelyk als met andere Onleen-goederen, als alleen fo veel by de uitgift andersis bedongen, het welk flipt gevolgd moet werden, daar van in het voorgaande Deel is gefprooken. Sie Gudelin. de Jure feudi part. 3. cap. 5. num. 10. Baro de Acq. benef. Itb. 2. cap. 16. de vervolgend onderfcheiden.

I. Dat het Leen niet deelbaar, of fplisbaar is, maar alleen op een perfoon, met uitfluiting van anderen , komt. Neoftad. obferv. feud. 8. £f 9. ten zy by toelating, als breeder in 't voorgaande deel, num. 6.

II. Dat het Leen altyd blyft aan de Af komelingen van de eerfte Leen-man, of dien den eerften befitter van die zyde beftaat. Notabele poin&en van Leenen, art. 21. Ten ware den Leen-volger het ï.een wederom aan den Heer had opgedraagen, en op nieuw van hem te Leen ontfangen had, met beding dat het felve fou verfterven, op die geene die fyn eigen Onleen-goederen fou erven, in welken val die felve Erfgenaamen alle andere afkomelingen van den eerften Leen-volger uitfluiten , als by den Leen-Hove, na voorgaande genomen kennis, eendragtelyk is verftaan. Reg. D. ij. fol. 186. verf.

III. Dat in een Leen de zyd-Magen gaan voor de opgaande: Neoftad. de feud. cap. 5. num. 35. & 45. _

IV. Dat