is toegevoegd aan je favorieten.

Algemeene manier van procedeeren in civiele en crimineele zaaken [...]. Gearresteerd by decreet van het Vertegenwoordigend Lighaam des Bataafschen volks, op den 22. augustus 1799

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 245 )

men om de Vraagpoindtcn, welke de publiek* Aanklaager hen zal overgeven , ten eindt daarop de door hem aangeduide Perfooner werden gehoord, vooraf te onderzotken; zoodanig re veranderen, als zy zullen oor deelen ten dienfte der Juftitie , dat is to ontdekking der fcbuld of ohfchuld van dt verdagte Perfoon en van den geheelen toedrag der zaake, te behooren en voords aan dei publieken Aanklaager dag en uur te bepaalen tegen welke hy die Perfoon voor hen lieder zal mogen en moeten doen dagvaarden, on getuigenis der waarheid te geven.

Art. 21.

Indien echter de Publieke Aanklaager niel genoeg heeft kunnen ontdekken wat de Getuigen zullen kunnen verklaaren, — oi dezelve geweigerd hebben daarvan ietwes, dan ten overftaan van den Rechter,, te openbaaren, — gelyk mede, wanneer het hooren dier Getuigen zoo veel uitftel niet kan lyden, als tot het vooraf inftellen en nazien der Vraagpoineten zoude noodig zyn, — eindelyk ook in andere byzondere gevallen. waarin de Publieke Aanklaager daartoe aan Commisfarisfen voldoende redenen zal hebben voorgedragen, zullen dezelve de Getuigen alleen hoorenop door hen lieden mondeling voorteftellen vraagen, 't zy algemeene, of zoodanige byzondere, als uit derzelver antwoorden zullen voordvloeijen , en die Vraagen met het daarop geantwoordde in gefchrifte doen ftellen, ais in *t volgende Art. 24.

Art. 22.

Wanneer zulk een Gedaagde op den alzoo bepaalden dag en uur niet verfchynt, of zich onwillig toont om Getuigenis te geven, of na dat hun door Commisfarisfen in korte en algemeene bewoordingen kennis gegeven is van de zaak en perfoon. over en tegen welke'

i te benoemen ' tot het hooren van Getuigen en on■ derzoek der '. Vraagpoincten.

t

1

$.21. Wanneer een Ge' tuige zal mogen worden gehoord by monde, zonder fchriftelyke VraagpoinElen.

5. 22. Niet

verfchynende of onwillige Getuigen in Gyzeling te (lellen.