Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE ZANG. 25 Ja, de eer van 'c Huis van Oostenrijk,

Jofephus, door zijn deugd verheven, Zal in dit tijdsgewricht een blijk

Van Duitschlands oude zeden geven , Zijn dapperheid, met trouw gepaard, Maakt hem den Roomfchen zetel waard:

Hij, 't hoofd der moedige Germanen, Hij ziet met fmart dat Albion Ontaart, en wcnscht zelfs dat Bourbon

Zich moge een' weg ter zege banen.

De Grote Fredrik, die deze eeuw Met zijn' geduchten naam doet pralen,

Slaat reeds op Neêrlands fleren Leeuw Het oog; wie zet dien held toch palen ?

Hij is in fpijt des Brits, bereid,

Zijn wapen bij de Onzijdigheid, Zijn' fleren Adelaar, te zetten,

Hij, 't evenwicht in 't Duitfche rijk,

Doet Tronen fiddren , 't ongelijk Zwicht voor den donder van zijn wetten.

13 5 Maar

Sluiten